Vanaf 2007 spitst de Harrie Tillieprijs zich toe op interieurontwerp. Cuypers was niet alleen architect maar leverde ook de inrichtingen van de gebouwen. Hierbij baseerde hij zich op het verhaal dat de opdrachtgever met het gebouw wilde uitdragen en vulde dat op zijn kenmerkende manier in. Zijn vormentaal ontstond niet uit een l’art-pour-l’art-principe maar uit een inhoudelijke overtuiging. Bekende voorbeelden hiervan zijn Kasteel De Haar, Rijksmuseum Amsterdam en Centraal Station Amsterdam. De behoefte van de opdrachtgever speelde bij zijn ontwerpen een duidelijke rol.
Nu zijn er ook ontwerpers die het interieur als een weergave zien van de missie van de opdrachtgever, waarvoor het is bedoeld. Die visie vertalen ze in een eigentijds ontwerp met aandacht voor vakmanschap en originaliteit. De vormgeving c.q. het interieurontwerp heeft zo een maatschappelijke en culturele context. Ze benadrukt de identiteit van het opdrachtgeverschap in de huidige diversiteits- en belevingscultuur en is niet louter een formele esthetiek. De vormgever denkt mee met de opdrachtgever.
Ontwerpers, die zo werken komen in aanmerking voor de Harrie Tillieprijs. Jurgen Bey past eigenlijk naadloos in dit verhaal. De prijswinnaar uit 2005 geeft de richting aan voor de voortgang van de Harrie Tillieprijs.
In 2007 werd voor het laatst Harrie Tillieprijs uitgereikt. In 2009 kon de prijs niet worden uitgereikt omdat het museumgebouw werd gesloten voor een verbouwing.
Na de opening van het Cuypershuis zal het stadsbestuur deze Roermondse kunstprijs weer gaan uitreiken. In het Cuypershuis zal er aandacht zijn voor het leven en werk van Pierre Cuypers en in het verlengde daarvan voor eigentijdse interieurvormgeving. De Harrie Tillieprijs krijgt in deze nieuwe situatie een betere en permanente context.